Blog Jacques Nieuwlaat

Hoofdpijn van het glazen plafond

Gepubliceerd op 01 maart 2015
Mark Walsh, Alan Tabern, en Colin Osborne hebben er allemaal hoofdpijn van.
osborne 09
tabern 02
Walsh 024

Als je “glazen plafond” op Google intypt dan kom je op Wikipedia de uitleg tegen die o.a. zegt: “Het is een begrip dat werd bedacht in de jaren '80 in de Verenigde Staten. Het omvat een metafoor die de onzichtbare kunstmatige barrières (plafonds) aanduidt die worden gecreëerd door gedrags- en organisatorische vooroordelen …. Er wordt gesproken over een glazen plafond, omdat het te onderscheiden valt van andere zichtbare barrières als ervaringseisen en opleidingseisen”. Bij het darten is de laatste jaren ook sprake van zo’n glazen plafond. Het gaat hierbij om spelers die een kortstondige, zeer goede reeks tornooien neerzetten. Meestal begint deze reeks met goede prestaties op de vloertoernooien, inclusief toernooizeges, gevolgd door een aantal goede resultaten op de TV toernooien. Daarmee reiken deze spelers tot een plekje net binnen de mondiale top 10 of er net buiten, maar het succes is altijd van korte duur.

Spelers als Mark Walsh, Alan Tabern en Colin Osborne hebben er allemaal mee te maken gehad. Allen stonden ze rond de tiende plek op de wereldranglijst, ze wonnen vloertoernooien en deden het ook op de echt grote toernooien redelijk goed, maar echte winnaars werden het nooit. Het lijstje met spelers kan overigens moeiteloos worden uitgebreid met nog een handvol spelers. De bovengenoemde namen zijn allemaal prima darters, zeker in ‘hun’ tijd, maar wat gaat er dan mis? Als je er een analyse op loslaat gaat het vaak fout op het moment dat ze de goede reeks moeten gaan verdedigen. Dan blijkt er ineens veel meer druk te zijn om het plekje vast te houden. Niet alleen financieel is er druk - immers een plek rond de top 10 garandeert je van deelname bij alle grote toernooien - maar ook je status binnen de groep staat op het spel. En daar blijken deze spelers niet mee om te kunnen gaan. Dat is ook het verschil met de grootste spelers in de dartswereld. De echt groten winnen grote titels en blijven jaren bivakkeren in de bovenste regionen van de wereldranglijst.

Het lot van de speler die zijn plafond raakt is meestal niet zo mooi. Ze zakken niet alleen op de wereldranglijst, ze donderen vaak naar beneden en vallen zelfs uit de top 50 van de wereld. Alan Tabern moest zich vorig jaar melden op de challenge tour, Mark Walsh en Colin Osborne kunnen op dit moment nauwelijks een wedstrijd winnen en een terugkeer richting de top lijkt een illusie. Je moet er dus van genieten zolang het duurt, want voor je het weet is de roem voorbij. Eigenlijk leven dit soort spelers een korte periode boven hun stand en uiteindelijk wordt dat op natuurlijke wijze gecorrigeerd. Alleen de toekomst zal uitwijzen wie zijn plafond hard raakt, maar je kunt natuurlijk wel een aantal kandidaten aanwijzen, want deze spelers hebben, zoals ik al eerder vertelde, een aantal dingen gemeen; goede prestaties op de vloer en dan een reeks van goede TV toernooien zonder te winnen. In die categorie vallen op dit moment spelers als Andy Hamilton, Wes Newton, Justin Pipe en Brendan Dolan. Toegegeven: Hamilton loopt al een flinke tijd mee en past misschien niet in dit rijtje. Toch zullen deze spelers het lastig krijgen in de aankomende 12 maanden. Ik ben benieuwd wie er volgend jaar hoofdpijn heeft.

Jacques Nieuwlaat

Reacties