Blog Jacques Nieuwlaat

Het grote plezier vs het grote geld…

Gepubliceerd op 15 oktober 2013
Mijn column van oktober is een beetje later dan gebruikelijk, excuses aan mijn trouwe schare lezers maar ik was aan het eind van vorige maand en het begin van deze maand nogal druk met een aantal toernooien.
201310 01
201310 02
201310 03

Onlangs werd in Canada de negentiende editie van de World Cup gehouden, in St. John’s om precies te zijn. Elk oneven jaar sinds 1977 verzamelen zich ergens op de globe pijltjes gooiende amateurs en semi profs van over de hele wereld om zich met elkaar te meten. Je speelt niet alleen voor jezelf, maar met name voor je land. Prijzengeld is er niet dus daarvoor hoef je het al zeker niet te doen, je speelt voor de eer. Ook voor mij is het een eer om als Master of ceremonies en floormanager samen met Richard Ashdown te mogen werken tijdens dit geweldige evenement.

Nagenoeg aansluitend aan deze World Cup wordt er door de PDC de World Grand Prix georganiseerd. Deze wordt gespeeld in het prachtige Dublin en daar verzamelen zich 32 professionals zich om te strijden voor de hoofdprijs van zo’n 120.000 euro of een ander deel uit de prijzenpot van 350.000 euro. Bij dit toernooi mag ik samen met Frank Vischschraper het commentaar verzorgen.

Twee toernooien vlak na elkaar, beiden hebben iets prachtigs, maar ook beiden missen iets wat de ander wel heeft. We beginnen in Canada waar 28 landen zijn verzameld, maar van die 28 landen hebben ‘slechts’ 11 landen een jeugdteam bij zich. “Te duur” zeggen de meeste landen, “wij hebben geen geld”. Toch is de atmosfeer er niet minder om als in de eerste ronde een speler van de Turks & Caicos eilanden moet spelen tegen een Engelsman. Het gehele team van Turks & Caicos zit al ruim een uur voor aanvang bij de baan om goede aanwijzingen te geven aan hun speler. Zij willen helemaal niets missen van deze ‘wedstrijd’. Uiteraard is de Engelsman veel te goed en als hij in een best of 7 met 3-0 voor komt manen de teamgenoten uit Turks & Caicos hem tot rust. “Doe maar rustig aan jongen, je wint toch wel of laat ons nog even langer genieten van deze partij man”. Allemaal in een vriendelijke sfeer met veel hilariteit. Na afloop gaat de Engelsman gewillig op de foto met het gehele team van de tegenstander. Allemaal krijgen ze een handtekening in het programmaboekje en zo is ieders dag geslaagd.

In Dublin zijn voldoende pegels te verdienen, maar daar is weer weinig enthousiasme. Het toernooi wordt gewonnen door Phil Taylor omdat hij deze week gewoon veel beter is dan de rest. Wij zitten vanuit Hilversum commentaar te doen en de eerste paar dagen zijn best leuk. Van Gerwen doet het goed, Barney kan aardig mee; niks te klagen dus. Op één van de dagen zit ik nog wat uitslagen bij te werken als de camera’s nog open staan in Ierland. Ik zie een man in een superhelden kostuum met een stift in de hand. Hij staat klaarblijkelijk nog te wachten of er een speler langskomt aan wie hij een handtekening kan vragen. Met een half oog zit ik eigenlijk te kijken als er inderdaad een speler aan komt lopen. Ik zie de superheld zijn stift omhoog houden en ook het universele gebaar maken of hij op de foto mag. Tot mijn verbazing loopt de speler langs de man zonder te stoppen voor een foto of handtekening. Die moet verloren hebben denk ik bij mezelf om dan in de zelfde seconde te beseffen dat deze speler gewonnen heeft vandaag.

Aan het eind van beide toernooien staat er iemand of een team met een beker in de lucht. Aan het eind van beide toernooien is er één winnaar en een veelvoud niet-winnaars. Op het ene toernooi is heel veel passie en vriendschap, maar weinig tot geen financiën, op het andere toernooi is voldoende geld, maar een beetje weinig passie en steeds minder vriendschap. Aan het eind van beide toernooien denk ik dan “ waarom voegen we het beste van beide werelden niet bij elkaar?”

Jacques Nieuwlaat

Reacties