Ik zie 2 mannen. 2 doodnormale mannen. 2 doodnormale mannen met een serieuze blik. 2 doodnormale mannen met een serieuze blik die een pijltje gooien. Het pijltje is raak. De doodnormale man met een serieuze blik die het pijltje gegooid heeft, verblikt of verbloost niet, en haalt het pijltje uit het bord. De andere doodnormale man met een serieuze blik verblikt of verbloost ook niet en gooit vervolgens zijn pijltje. Saai. Saaaaaaaaaaaaaaaai!
Overdrijven is ook een vak en, al zeg ik het zelf, het is een vak dat ik versta. Ik ben echt mega goed in overdrijven. Toegegeven, mega goed ís wat overdreven, maar daarmee maak ik juist mijn eerdere punt.
Darts neemt zichzelf te serieus. Er zijn mensen die darts sport vinden, topsport zelfs. En, geloof het of niet, er zijn zelfs lieden die vinden dat darts een Olympische sport moet worden. Voor de fanatieke beoefenaar is darts meer, maar dan ook veel meer dan een partijtje sjoelen of een potje klaverjassen. Sterker nog, met darts kun je miljonair worden (en dat kun je gelukkig met sjoelen níet, nóg niet). En dat is prachtig nieuws voor diegenen die buitengewoon getalenteerd zijn óf een jaloersmakende arbeidsethos bezitten. Darts is een miljoenenbusiness geworden. En als je daar een graantje van mee kan pikken, is dat geweldig. Maar het is, en Gary Anderson is zo eerlijk om dat meteen toe te geven, werk geworden. Darts is een kantoorbaan geworden. En een kantoorbaan is iets voor doodnormale mannen met een serieuze blik. En doodnormale mannen met een serieuze blik zijn saai. Saaaaaaaaaaaaaaaaaai.
Voordat ik met pek en veren besmeurd het dartsland wordt uitgezet, het volgende; ik ben een liefhebber! Maar met saaie kantoorklerken als enige uithangbord maak je geen nieuwe vrienden.